Bosparelmoervlinder
Melitaea athalia
Wachtelweizen Scheckenfalter
Komt voor in een grote verscheidenheid van biotopen in open landschap en zomen. In schrale gras- en hooilanden, maar ook in de wat intensiever gebruikte graslanden. Daarnaast in open, lichte bossen voorkomend. De buitenste rand van de achtervleugel onderzijde is vaak lichtgeel. De kleur van de palpen is donker.
Eitjes en rupsen o.a. op Zwartkoren soorten (Melampyrum ssp.), Smalle Weegbree en Geel Vingerhoedskruid.
Vliegtijd mei tot in augustus, tot op 2100 m. hoogte.
Deze algemene soort komt in de grotere dalen van Tirol (en dus het Oberinntal inclusief aangrenzende streken) voor.
De Bosparelmoervlinder wordt veel waargenomen, maar kan makkelijk verwisseld worden met enkele andere parelmoervlinders, bijv. de Steppeparelmoervlinder (Melitaea aurelia) en de Alpenparelmoervlinder (Melitaea varia); zekere determinatie kan alleen door microscopisch genitaal onderzoek plaats vinden.
Maak jouw eigen website met JouwWeb