Ringoogparelmoervlinder
Boloria eunomia
Randring-Perlmutterfalter
Grotere bestanden van de Ringoogparelmoervlinder komen voor in met Adderwortel (Polygonum bistorta) begroeide, één keer per jaar gemaaide vochtige tot natte hooilanden en de daaruit ontstane verruigde variant, waarin nog steeds veel Adderwortel aanwezig is. De verruiging ontstaat i.h.a. door het stoppen van het maaibeheer. Kleinere restpopulaties komen voor in gedegenereerde, voormalig met Adderwortel begroeide hooilanden waarbij het beheer sterk is veranderd (sterkere ontwatering, meer bemesting, vaker maaien).
Ei en rups vooral op Adderwortel, maar ook andere planten. De vlinders zuigen bijna alleen nectar van Adderwortel, waardoor de aanwezigheid deze plant cruciaal voor de soort is.
De vliegtijd is van eind mei tot begin juli, tot op 1600 m hoogte.
De Ringoogparelmoervlinder is in Tirol de laatste decennia sterk achteruit gegaan en behoort nu in de Tiroler Rode Lijst tot de categorie Stark Gefährdet. In het Oberinntal zijn maar weinig waarnemingen bekend. Bij Piller heb ik zowel in 2025 als in 2026 exemplaren gevangen. Mogelijk is hier een kleine (rest)populatie aanwezig?
Maak jouw eigen website met JouwWeb