Moerasparelmoervlinder
Euphydryas aurinia
Goldener Scheckenfalter
Van de Moerasparelmoervlinder komen in Tirol twee ondersoorten voor. In de dalen tot op ongeveer 1200 m. hoogte, komt de ssp. aurinia voor, vooral in vochtig schraal grasland afgewisseld met ruigere bloemrijke vegetatietypen. De bergvorm ssp. glaciegenita komt voor in min of meer braakliggende dan wel zeer extensief gebruikte berghooilanden, licht beweidde Almweiden en alpiene graslanden. Ze vliegen vanaf 1300 m., maar de hoogste dichtheden zijn te vinden in de subalpiene en alpiene zone tot op 2700 m.
Eitjes en rupsen op Blauwe Knoop (dalvorm) en op Langbladige beemdkroon en Hongaarse Gentiaan (bergvorm). Na de overwintering zijn rupsen ook op andere Gentiaan-soorten en op Knautia gezien.
Vliegtijd dalvorm van mei tot in juli, de bergvorm van juni tot in augustus.
De dalvorm is zeldzaam geworden door intensivering van het gebruik van het biotoop. De bergvorm is weliswaar niet zeldzaam, toch lijkt ook hier de trend in de populaties afnemend te zijn. Ik heb de soort (bergvorm) in het Oberinntal maar een enkele keer gezien.
Maak jouw eigen website met JouwWeb