Grauw Zandoogje
Hyponephele lycaon
Kleines Ochsenauge

Het grauw Zandoogje is een warmte en droogteminnende soort die voorkomt in licht verstruweelde, extensief beweide, schrale, soortenrijke graslanden, vaak deels met onbegroeide stenen en rotsen. Verder in lawinebanen en in zeer licht beweide alpiene weiden. Bijna altijd betreffen de vindplaatsen structuurrijke, "oude" cultuurlandschappen van grotere omvang, met jaarlijks terugkerend, zeer extensief gebruik.
Eitjes op droge grashalmen en rupsen op o.a. Smalbladig Schapengras en Vedergras.
Vliegtijd vanaf tweede helft juli tot in begin september, bekend van 500 m. tot op 2000 m. hoogte.

In Tirol is de verspreiding van deze betreft leefomgeving kritsche soort sterk achteruit gegaan en staat in de Tiroler Rode Lijst als Stark Gefährdet te boek. Daarnaast komt het Grauw Zandoogje in Süd-Tirol (Italië) en het Unterengadin (Zwitserland) voor, maar is ook daar zeldzaam. Het hier getoonde exemplaar fotografeerde ik bij Vnà in het Unterengadin op 1645 m. hoogte.

Maak jouw eigen website met JouwWeb