Blauwoogvlinder
Minois dryas
Blaukernauge

De Blauwoog komt vooral in droge schraallanden voor die grenzen aan matig bemeste hooilanden op zuidhellingen. In het biotoop komen daarnaast kleinere plekken met ruigten en struiken voor. Soms vormen vochtige hooilanden in laagveengebieden het refugium. In de heetste middaguren zoeken de vlinders beschutting tegen de zon in ruigten en struwelen, bijvoorbeeld Adelaarsvaren vegetaties.
Eitjes worden afgezet op grashalmen in ongemaaide vegetatie. Rupsen op Zeggensoorten, Pijpenstrootje, Zwenkgrassen en Bergdravik.
Vliegtijd vanaf half juli tot begin september, vooral tot op 1200m. hoogte, soms iets hoger.

In Tirol is de verspreiding vooral tot het inneralpiene Oberinntal beperkt, waar de Blauwoog, in bijvoorbeeld de Trockenrasen van de Fliesser Sonnenhänge, soms in hoge dichtheden voorkomt.

Maak jouw eigen website met JouwWeb