Aardbeivlinder/Zuidelijke Aardbeivlinder groep
Pyrgus malvae/malvoides
Kleiner/Westlicher Würfel-Dickkopffalter

Deze twee Dikkopjes-soorten zijn in het veld niet van elkaar te onderscheiden; determinatie kan alleen na preparatie van de genitale skeletjes.

Beide soorten komen voor in extensief beheerde, bloemrijke schraallanden, Almweiden en Berghooilanden met een hoog aandeel onbegroeide bodem.
Eitjes van Aardbeivlinder op Ganzeriksoorten, Agrimonie, Bosaardbei, kleine Pimpernel en Moerasspirea terwijl de Zuidelijk Aardbeivlinder alleen Ganzeriksoorten gebruikt. De rupsen  van beide vlinders eten vooral Ganzeriksoorten.
Vliegtijd april tot eind augustus, ookin september kan de Aardbeivlinder nog waargenomen worden. Beide soorten komen tot op 2250 m. hoogte voor.

De verspreiding in Tirol is door herkenningsproblemen niet voldoende bekend. De soorten lijken vooral in het westelijk deel van Nord Tirol en Ost Tirol voor te komen.

Maak jouw eigen website met JouwWeb