Het Kaunertal bereik je door in Prutz in het Oberinntal de afslag te nemen. Vanuit Prutz kun is er ook een lijnbusverbinding naar het Kaunertal. Door een smalle kloof bereik je een wat wijder dal, dat ligt ingeklemd tussen steile hellingen. Ten westen van het dal ligt de Kaunergrat, met als hoogste top de Wazespitze (3532 m.), oostelijk ligt de Glockturmkamm waarvan de naamgevende top 3355 hoog is. Het dal is smal en krijgt in de wintermaanden maar weinig zon. De toeristische attractie van het dal is de Kaunertaler Gletscherstrasse, een tolweg naar de Weissseeferner. Daarover een andere keer een bericht.
Wij starten deze keer echter in Feichten. De parkeerplaats aan de hoofdweg biedt de meeste parkeergelegenheid.
Tja, een verrassing tijdens een wandeling in mei... Een zgn. Nassschneelawine in het voorjaar heeft de doorgang versperd.
Feichten is het hoofddorp in het dal met een supermarkt, een paar sportwinkels, een mooi indoorzwembad en een camping in aanbouw. Verspreidt door het dal liggen een aantal kleine buurtschappen die door de hoofdweg met elkaar zijn verbonden. Voor een betrekkelijk klein dal heeft het Kaunertal best veel wandelmogelijkheden. De wandeling in het dal, met vetrek aan aankomst in Feichten, heeft weinig hoogteverschil (216 m.) en is 7,6 km lang. Het traject is op verschillende manieren inkortbaar of te verdelen in een noordelijke (Feichten - Unterhäuser - Vergötschen) en zuidelijk (Feichten - Grasse) variant.
Vanaf de wandelroute in het dal zijn de omliggende hoge bergtoppen nauwelijks te zien, bijna overal belemmeren de steile dalwanden het zicht. Dat is typisch voor een zgn. Trogtal in de hoogste delen van de Alpen. Gedurende de ijstijden in het verleden hebben gletschers diepe U-vormige (in doorsnede) dalen uitgesleten. Het Kaunertal is daarvan een duidelijk voorbeeld.
Wat misschien opvalt is dat er weinig water door het dal stroomt. Weliswaar ligt aan het einde van het dal een enorme gletscher, de Gepatschferner; het smeltwater wordt opgevangen in het Gepatsch stuwmeer. Ook het water van de grotere zijdalen door tunnels in zuidelijke richting (eigenlijk tegenstrooms) naar het stuwmeer geleid. Vandaar gaat het water gereguleerd, ondergronds naar Prutz in het Oberinntal waar turbines staan om met de waterkracht stroom op te wekken.
De spectaculaire cascadewatervallen op de oostelijke dalwand zijn alleen nog te zien na een aantal dagen met veel regen, wanneer een soort overloop bij de innamepunten voor de tunnel, hoog boven de dalbodem, zijn werk doet.
Het landschapsbeeld tijdens deze wandeling is afwisselend. We lopen door dorpjes, bos, langs beken en door hooiland. Het grasland in het vlakke deel op de dalbodem wordt vrij intensief gebruikt, waardoor de insectenrijkdom hier niet zo groot is. Aan de randen van het dal wordt de vegetatie minder sterk bemest en is daardoor veel bloemrijker. Tijdens de wandeling kun je veel soorten vlinders tegenkomen, waaronder Rouwmantel, Groot Geaderd Witje, Boswitje, Rode Vuurvlinder, Adonisblauwtje, Klaverblauwtje, Zilvervlek, Oranjebonte Parelmoervlinder, Woudparelmoervlinder, Voorjaarserebia en nog veel meer .
Dalwandeling rond Feichten
Parkeerplaats aan de hoofdweg in Feichten. N 47.032526° E 10.747958°
Hoogteverschil ca. 216 m. stijgen en dalen, lengte 7,6 km.
Reactie plaatsen
Reacties