Gele / Zuidelijke Lucernevlinder - Colias hyale / alfacariensis complex

De Gele en de Zuidelijke Lucernevlinder zijn in het veld moeilijk te onderscheiden. Vooral wanneer uit geen "verse" weinig afgevlogen vlinders betreft zijn de kenmerken niet sterk genoeg om tot zekere determinatie te komen. Dit kan dan alleen na preparatie van de genitaliën. 

De twee vlindersoorten kunnen door elkaar voorkomen. De Gele Lucerne heeft een voorkeur voor vochtige tot droge graslanden en ruigten, terwijl de Zuidelijke Lucerne meer beperkt is tot droge tot vochtige, schrale kalkgraslanden; beide in open landschap. De Gele legt eitjes op allerlei vlinderbloemige plantensoorten terwijl de Zuidelijke zich beperkt tot Paardenhoefklaver en Bonte Kroonwikke in vegetaties met een hoog percentage onbegroeide bodem. De Vliegtijd van beide soorten ligt tussen mei en oktober tot op ongeveer 2000 m hoogte.

Beide vlinders komen in het Oberinntal vrij veel voor. Omdat het trekvlinders zijn, kunnen de waargenomen aantallen per jaar, afhankelijk van weersinvloeden, sterk verschillen.