Bruin/Vals Bruin Blauwtje groep
Aricia agestis/artaxerxes
Kleiner -/Grosser Sonnenröschen-Bläuling Gruppe

Deze twee blauwtje-soorten zijn in het veld niet van elkaar te onderscheiden. Zelfs onderzoek aan de geprepareerde genitale skeletjes van de vlinders geven geen uitsluitsel. Dat het toch twee afzonderlijke soorten betreft liet DNA onderzoek zien. Uit speurwerk in collecties van verzamelde vlinders bleek dat in Tirol en het naburige Vorarlberg geen Bruin Blauwtje (A. agestis) voorkomt. Als je in Tirol een vlinder met de uiterlijke kenmerken van Bruin/Vals Bruin Blauwtje ziet, kun je er dus vrij zeker van zijn dat het een Vals Bruin Blauwtje (A. artaxerxes) is.

Het Vals Bruin Blauwtje is een karakteristieke soort van schrale graslanden. Komt voor in de lager gelegen bloemrijke Halbtrockenrasen; hoger in het landschap op zonnige hellingen in Borstelgras-grasland, berghooiland, beweide lawinestroken en aangrenzende ruigten.
Eitjes en rupsen op Zonneroosje-soorten, Ooievaarsbek-soorten en Reigersbek.
Vliegtijd eind april tot in oktober, tot ongeveer 2200 m. hoogte voorkomend, met het zwaartepunt in de montane zone.

In Tirol komt het Vals Bruin Blauwtje op veel plaatsen voor. Daar waar waardplanten aanwezig zijn, kan de soort in vrij hoge dichtheden voorkomen.

Maak jouw eigen website met JouwWeb